Buitenspelen, goed voor nu en later!

 

Een schoolplein ontwikkelt competenties van kinderen

Prof.dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer schreef in het tijdschrift “De wereld van het Jonge kind” over de effecten buitenspelen van kinderen:

Kennelijk zijn we met elkaar zoveel gezond verstand kwijt geraakt dat buitenspelen onder de aandacht gebracht moet worden. Kinderen spelen binnen en zijn vooral actief met digitaal materiaal. Dat vinden we vaak ook mooi, want dat traint “academische vaardigheden”. Niets is echter minder waar.

Onlangs woonde ik een lezing bij van de Amsterdamse psychiater Bram Bakker. Hij stelde in een haarscherp betoog dat wij, ook in de opvoeding van onze kinderen, voorbij gaan aan de eerste fase van de hersenontwikkeling. Daar wordt een basis gelegd voor basisvaardigheden en emotionele stabiliteit. Die ontwikkeling vindt tussen 0 en 6 jaar plaats.  Wij zijn veel te veel gericht op kennis en prestatie en beginnen daar ook al vroeg een beroep op te doen. Zo raken veel mensen op latere leeftijd gevoelig voor depressies en burn-outs. Dit als gevolg van een jarenlange onbalans tussen emotionele ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling.

Omdat de nadruk wordt gelegd op cognitieve vaardigheden wordt ook het belang van buiten spelen onderschat. Op buitenspel voorzieningen wordt niet zelden bezuinigd, ook wanneer het om schoolpleinen bij nieuwbouwscholen gaat. Vaak gaat het daarbij ook om veiligheidsaspecten: stel dat het kind van het klimrek valt, wordt de school dan aansprakelijk gesteld?  Daarom zijn schoolpleinen ook vaak grijze steenvlakten met hoogstens een wip kip.

Omdat het voor de meesten juffen en meesters niet dagelijks werk is om een schoolplein in te richten, hebben wij een eBook geschreven. Het verteld u welke zaken u niet over het hoofd moet zien. Benieuwd? Download het eBook.

Volgens onderzoekster Louise Berkhout moet een schoolplein er niet grijs maar groen uitzien. Dat betekent dat er hoogteverschillen zijn, dat je kunt klimmen (in bomen, op een klimtoestel, op een speelheuvel) en in de bosjes mag spelen. “lk was laatst op een school in Friesland en daar lag een grote betonnen rioleringsbuis. Daar zag ik kinderen in de weer met buitenbanden om die erop te hijsen. Dat zijn de goede voorwaarden, want dan geef je kinderen de kans op avontuurlijk spel.” (edit van Van Ee: het is goed mogelijk dat deze betonnen rioleringsbuis niet volgens de WAS is goedgekeurd)

Hier volgen enkele percentages:

80% van de kinderen wordt vrolijk van buiten spelen.

40% van de kinderen vindt de speelomgeving in de buurt saai.

27% van de kinderen vaker buiten zou willen spelen als het minder saai was.

80% van de kinderen niet voldoet aan de Norm Gezond Bewegen.

Buitenspelen is dus  van onschatbare waarde. Kinderen kunnen daarin hun energie kwijt en oefenen motorische vaardigheden. Dat spelen kan ook wel eens uitmonden in risicovol spelen, en ook dat blijkt te horen bij de ontwikkeling van kinderen.
Omdat meestal ook met andere kinderen buiten wordt gespeeld worden ook de fantasie en taal geoefend. En, onderschat ook het denken niet. Neem het volgende voorbeeld:

De effecten van buitenspelen

Tim en Anne van vier zijn samen aan het spelen in de tuin. Ze houden zich op bij een klimhuis met een trap. Een emmer met zand staat aan de voet van de trap. Tim wil de emmer in het huis zetten, en probeert met de emmer de trap op te klimmen. Helaas het lukt niet.

Hij probeert het anders: klimt eerst een stukje de trap op en probeert dan de emmer te pakken, ook dit lukt niet. Een nieuw plan ontstaat: hij houdt  zich met één hand aan een traptrede vast, en probeert de emmer zo naar boven te krijgen. Weer niet! Hij vraagt Anne om de emmer aan te geven. De emmer is voor Anne te zwaar.

Samen kijken de jongens nog eens goed rond. Ze zien een grote boomtak op de grond liggen en gaan die halen. Ze steken de tak door het hengsel van de emmer en proberen deze zo samen op te tillen. Weer lukt het niet en ten einde raad vragen ze hun moeder om hulp. Moeder komt met het idee om het zand in twee kleinere emmers te scheppen. Die zijn minder zwaar en die kunnen ze vast wel in het huis zetten. En zo gebeurt het ook. Het spel kan doorgaan. Uit dit voorbeeld kunnen we leren hoe jonge kinderen hun probleemoplossend vermogen ontwikkelen aan de hand van spel. Hier worden wis- en natuurkunde in het spel. Bovendien wordt hier samenwerking geoefend.

Laten we dus vooral niet denken dat buitenspelen zo maar iets is voor de vrije tijd. Het vormt een essentieel, bijdragend onderdeel aan de totale ontwikkeling van het kind, waarin een balans gevonden moet worden tussen emotionele en de cognitieve aspecten daarvan.