Twister

Materiaal:
1 speelveld, 1 dobbelsteen met handjes en voetjes én 1 dobbelsteen met de kleuren.

Begin:
Het speelveld bestaat uit een soort rooster van 4 x 6. Elk van de vier rijen heeft zes cirkels in één kleur: rood, geel, groen en blauw.
Eén persoon is de spelleider, die gooit de dobbelstenen.

Spelregels:
De spelleider gooit de dobbelstenen en zegt het resultaat hardop, bijvoorbeeld linkervoet op geel. Nu moeten de spelers dit lichaamsdeel op een vrije cirkel in de betreffende kleur plaatsen. De overige ledematen blijven op hun plaats staan. Zodra een ledemaat van zijn plek komt als dat niet mag, of als een ander lichaamsdeel (zoals een knie of elleboog) het speelveld raakt, ligt de betreffende speler uit het spel.

Einde:
De speler die als laatste overeind blijft, wint het spel.