Zonnespel

Vanaf eind groep 3 – verkenning van getallen tot 100

  • Voor de jongere kinderen kunt u dobbelstenen met ogen nemen die zijn nog telbaar. U kunt eventueel beginnen met 1 dobbelsteen.
  • Doorzichtige fiches verdienen de voorkeur, omdat je dan nog kunt zien op welk getal je staat.
  • Sommige kinderen zijn niet bekend met de spelregels: wellicht vergt dat enige uitleg.

De opdracht/bedoeling
Het zonnespel is vergelijkbaar met het aloude ganzenborden, waarbij alle getallen tot 100 in ‘zonnestralen’ op het speelveld staan. De stralen zijn niet willekeurig gekozen, maar bestaan steeds uit 10 hokjes, die op hun beurt weer zijn verdeeld in 2 keer 5 hokjes. De tienvouden zijn extra geaccentueerd.

Kinderen beginnen vaak één voor één tellend, maar al spelend kunnen ze diverse ontdekkingen doen:

  • de getallen tot 100 komen allemaal voorbij;
  • de structuur van de getallen tot 100 (tienen en vijven) wordt spelend verkend
  • veel kinderen ontdekken al snel dat je als je 10 verder moet, niet stap voor stap verder hoeft te gaan, maar naar hetzelfde hokje in de volgende straal kunt springen;

Doordat gebruik wordt gemaakt van twee getaldobbelstenen oefent u ook optellingen onder de 20.
In de diverse ‘uitprobeerrondes’ zijn er spelregels en opdrachten bedacht, zoals:

  • als je op een tiental komt
  • krijg je een extra beurt
  • mag je het gegooide aantal nog een keer verder
  • als je op dezelfde plaats als je tegenstander uitkomt is hij/zij af
  • kiezen voor andere bewerkingen naast optellen, bijvoorbeeld aftrekken of vermenigvuldigen
  • schatten/uitrekenen hoeveel je moet gooien om je tegenstander in te halen
  • schatten/uitrekenen waar je komt te staan na een gooi
  • spelen van 100 naar 1, in plaats van andersom
  • gebruik van 1 dobbelsteen (groep 3)